Organische eenheid-in-verscheidenheid

Prof. dr. Ulrich Libbrecht

 

III. RELIGIEUZE PRAXIS

De Grote Attractor werkt eigenlijk op de drie domeinen waarop onze menselijke faculteiten betrekking hebben. Wat de natuur betreft zien wij in de evolutie van de kosmos een toename van de vrije energie; aanvankelijk beperkt tot materiële structuren gaat de evolutie langs levende structuren om over op geestelijke structuren: de evolutie als vergeestelijkingsproces, opgaande naar een punt Omega, waar het proces in het Mysterie tot zijn einde komt. De grote Attractor werkt ook op onze rationele functie, die tot steeds groter inzicht in de structuur van de dingen komt, in een proces dat men wetenschap noemt. Tenstotte werkt de Grote Attractor ook op de menselijke emotionele functie die daardoor uit haar ego-intentionaliteit wordt verlost en naar de alter-intentionele ervaring in de mystiek wordt geleid.

Omdat alles wat des mensen is deze driedimensionaliteit van (zie Comparatief Model)

  • natuur,
  • ratio en
  • beleving
vertoont, zal men deze ook in de religie als praxis terugvinden. Omdat ik hier mijn denkmodel niet kan beschrijven, beperk ik mij tot een voorbeeld. Muziek is uiteraard natuur, het is geluid, het is luchttrilling. Maar muziek vertoont ook een rationele structuur, waarvan men de weerslag vindt in de partituur, in de oscillografische afbeelding en in de wiskundige harmonische analyse.

Wanneer er echter geen emotionele dimensie, geen belevingsaspect aan de muziek zou vastzitten, zou zij alleen geordend lawaai zijn, maar geen muziek. Deze drie dimensies vindt men ook terug in de religie: ze heeft iets te maken met het mysterie van dc natuur, die in ons een tao-ervaring opwekt. Maar ze vertoont ook de dimensie van het bespreekbare, van de rationaliteit, die zich vooral als ethische wijsheid manifesteert, een vorm van kennis die niet uit de wetenschap kan ontstaan en die in de regel in teksten wordt vastgelegd. Maar hermeneutische analyse of deconstructie van deze teksten leidt nog niet tot mysticiteit; alleen deze laatste kan verlichting voortbrengen. Het verbaast mij dan ook niet dat de christelijke traditie deze drie dimensies in de goddelijke triniteit heeft uitgedrukt.

Maar het zwaartepunt van de religie ligt in de zuivere mysticiteit, net zoals het zwaartepunt van de natuur in de spontane creativiteit ligt - en niet in de menselijke herordening van de dingen; net zoals het zwaartepunt van de wetenschap in de zuivere rationaliteit ligt, in de mathematisering van onze kennis. Deze zuivere mystieke ervaring is echter een element van een 'idealtypos' en in feite een steunpunt op oneindig. Het is echter zo dat binnen het proces dat men religie noemt de opdracht nooit vervuld is en men altijd onderweg is naar een onbereikbare limietsituatie. Daarom zijn de verbindende tekens wegwijzers langs deze weg; het zijn echter alleen maar 'upaya', hulpmiddelen, en ze behoren niet tot de essentie van de religie. In een volmaakte religie zouden zij verdwijnen in het ontbeeldingsproces, dat mystici overal ter wereld hebben gekend.

De grote primordiale opdracht van het religieuze proces is de 'do-ut-des'-religie, die op ego-intentio-naliteit steunt, te overwinnen en ons te richten op het Andere. Religie als leer is dus zinvol als een itinerarium (reiswijzer - red.), maar wordt overbodig als het doel is bereikt. Hetzelfde geldt voor moraal: ze verschaft nuttige hulp op de tocht naar het Grote Niets, maar, zoals een Indische spreuk zegt: voor de heilige bestaat er geen moraal.

De twee grote aspecten van de religie zijn de Verlichting, die ons realiteitsbewustzijn verandert door ons de oceaan in de golven te leren zien, en de Verlossing, die eigenlijk de 'techne' is die de religie moet uitzuiveren van de twee andere dimensies: die van de ego-intentionele natuur en die van de rationele verklaring van het Mysterie. Om ons weer te beperken tot een analogie: wetenschap wordt pas wetenschap, wanneer ze zich losmaakt van de magister-dixit-argumenten en zich verankert in de natuur zelf. In Zen was men van mening dat dit ook gold voor de religie: deze moest niet verankerd zijn in overgeleverde teksten, maar in de natuur zelf, in de ocropenbaring. Daarom heeft de zesde patriarch van Ch'an de soetra's gescheurd.

 

Slotbeschouwing: diversiteit en verzoening


[De Bahá'í-Wereld] [Bahá'í-gemeenschap Nederland] [Táhirih Instituut] [Táhirih]

© 2000 Táhirih Instituut